Vincent Horbach behield ‘oud ijzer’ als varend monument
Vincent Horbach (1961) is met zijn Rederij Prinsengracht eigenaar van de salonboten Avanti en Delphine. Hij was consultant bij KPMG, maar was naast zijn werk graag bezig met zijn handen.
Hij had al sloepen gehad voordat hij in 2000 de Avanti kocht, die in 1909 bij scheepswerf De Nijverheid van C. van der Giessen werd gebouwd als privéschip voor de familie Van der Giessen. ‘De kinderen werden ermee van Krimpen naar school in Rotterdam gebracht’, vertelt Vincent. ‘In het Maritiem Museum Rotterdam vond ik in een heel oude Schuttevaer een bericht over de tewaterlating. Ik heb contact opgenomen met de familie Van der Giessen en die hebben mij foto’s en bouwtekeningen gestuurd.’
Vincent vond de Avanti in Sneek. ‘De eigenaar waarvan ik hem kocht zei dat hij nog een paar weken daarvoor had gevaren. Ik ging bij Lemmer eruit en toen bleek dat hij niet meer uit zijn vooruit in neutraal kon. Toen ik bij Urk was, kwam er rook uit de motorkamer. De koeling was kapot, maar ik dacht dat ik met emmers water een heel eind kon komen. Toen ik de volgende dag Urk uitvoer hoorde ik een knal en lag de hele keerkoppeling eraf.’
Vincent schiet in de lach bij de herinnering. ‘Ik heb hem gekocht voor de oudijzerprijs. Maar ik zag die romp en dacht: o wauw, prachtige romp.’
Behoudsorganisatie
Vincent bouwde de Avanti op en kreeg steeds meer verzoeken van vrienden voor vaartochten op de Amsterdamse grachten. ‘Ik kwam in conflict met de rondvaartreders. Die vonden dat ik illegaal aan het varen was. Dat zal ik ongetwijfeld wel een keertje hebben gedaan. De gemeente had een register voor stichtingen en verenigingen van historische bootjes en daar heb ik de Avanti ingeschreven als behoudsorganisatie. Als stichting mocht je met betalende klanten varen, als ze lid waren. Sommige reders vonden dat heel ergerlijk en zeiden dat het drogclausules waren. Toen heeft de gemeente gekapt met dat register en al die schepen een rondvaartvergunning gegeven. Zo kreeg ik in 2017 een officiële status.’
Hij zegde zijn baan als consultant op en begon Rederij Prinsengracht. De Avanti mag 39 passagiers vervoeren, maar Vincent vaart met maximaal 30 passagiers. Sinds 2023 heeft de Avanti een Kräutler-elektromotor van 35 kilowatt. Voor 12.000 euro liet hij een laadpaal bij zijn ligplaats zetten. ‘Iedereen zegt dat elektrisch varen goedkoper is. Forget it.’
Segmentindeling
Vincent is met Rederij Prinsengracht lid van Stichting Amsterdamsche SalonVloot, die eiste dat de historische salonboten hun rondvaartvergunningen voor onbepaalde tijd zouden terugkrijgen. Hij is dan ook verheugd over de uitspraak van de Raad van State die deze eis heeft toegewezen. ‘Dat gedoe van de gemeente met de rondvaart sleept al 15 jaar en heeft niets opgeleverd. De Raad van State schrijft dat de gemeente nooit heeft gemotiveerd waarom de historische salonboten niet konden worden uitgezonderd van de vergunningenloterij, hoewel die salonboten voor maar 6% van alle vaarbewegingen in Amsterdam verantwoordelijk zijn. Ik vind dat de gemeente een starre houding heeft ingenomen door alles over één kam te scheren en een verkeerde segmentindeling heeft gemaakt. Ik vind dat er een hoofdsegmentindeling moet komen voor enerzijds ticketvaart, rondvaartboten die op vaste tijden vetrekken, en anderzijds voor hospitality-vaart, salonboten die op afspraak met groepen varen. En de gemeente zou onderscheid moeten maken tussen opstapsteigers voor ticket- of hospitality-vaart, want de ticket-reders misbruiken veel steigers in de stad door ze continu bezet te houden, wat ook drukte geeft op de kades.’
Lees het oorspronkelijke artikel van Heere Heeresma in Schuttevaer.
Foto: Vincent Horbach steekt de vlag uit na de uitspraak van de Raad van State. ‘Dat gedoe van de gemeente met de rondvaart sleept al 15 jaar en heeft niets opgeleverd.’ (©Heere Heeresma jr.)

