Nicolaes Witsen: Aeloude en Hedendaegse Scheepsbouw
De Rijksdienst voor het cultureel erfgoed heeft op basis van het handboek van Nicolaes Witsen een interactief programma ontwikkeld. Hierin is de reconstructie te zien van de ‘pinas van 134 voeten’, die Witsen tot in detail heeft beschreven.
De techniek van de Nederlandse scheepsbouw werd voor het eerst in al zijn facetten beschreven door de Amsterdamse burgemeester, jurist, cartograaf en verzamelaar Nicolaes Witsen (1642-1717) in zijn boek ‘Aeloude en Hedendaegse Scheepsbouw en Bestier’ uit 1671. Het is een dik en moeilijk te doorgronden boek en slechts weinigen hebben het helemaal gelezen.
Witsen gebruikte voor zijn verhaal een voorbeeldschip van gemiddelde grootte, met kenmerken die zowel recht deden aan handels- als aan oorlogsschepen. Daarom is zijn schip de sleutel tot bijna alle scheepstypen van alle grootten die er in zijn tijd hebben gevaren.
In dit programma is de reconstructie te zien van de ‘pinas van 134 voeten’, die Witsen tot in detail heeft beschreven. De gebruiker kan een virtuele tour maken door het schip, alle onderdelen zijn apart te bekijken en voorzien van Witsen’s originele teksten en de specifieke Hollandse bouwwijze wordt interactief getoond. Het programma is dus bedoeld voor professionals en amateurs, voor historici, maritiem archeologen, voor modelbouwers en voor algemeen in scheepsbouw geïnteresseerden.
Als gevolg van het overvloedige materiaal is het een zwaar programma geworden, dat per onderdeel tijd neemt om te worden gedownload. Om de steeds terugkerende wachttijd te voorkomen kan de gebruiker echter het hele programma ook in een keer downloaden en op zijn eigen harde schijf opslaan. Dat levert behalve het voordeel van minder wachttijd, ook een grotere gedetailleerdheid op. Ontdek hier het programma
Witsens boek is online te lezen via de links die bij de Origine pagina te vinden zijn. Omdat het boek vaak in één adem wordt genoemd met dat van de Delfthavense Cornelis van Yk uit 1697, is deze ook op de pagina online in te zien.
Bron en beeld: Rijksdienst voor het cultureel erfgoed


