Natuur

Wadvaarders willen meer gesloten gebieden openen

Zwemmende zeehonden lijken zich niet te storen aan zeil- en motorbootjes. Dat onderzocht bioloog en oud-secretaris van de Vereniging Wadvaarders. Reden voor een versoepeling van het beleid, vindt de vereniging.

Er is geen bewijs gevonden dat zeilbootjes, motorbootjes, kano’s en andere ‘kalme recreatievaart’ zwemmende zeehonden verstoren. „Dat kan ik niet aantonen”, zegt onderzoeker Robbert van der Eijk.
Van der Eijk is populatiebioloog en zee-kanoër. De 79-jarige inwoner van Groningen onderzocht of zwemmende zeehonden last hebben van de recreatievaart. Zulk gedragsonderzoek is er tot zijn verrassing nauwelijks gedaan.

Hij leverde geen half werk, deed uitgebreid literatuur-onderzoek en observeerde vier jaar het gedrag van de dieren, onder meer vanuit zijn zeekano. Zijn bevindingen presenteert hij op de Wadvaardersdag op 31 januari, in de Maritieme Academie in Harlingen.
Tijdens zijn onderzoek viel Van der Eijk van de ene verbazing in de andere. „Er is heel veel onderzoek gedaan naar zeehonden. Maar dat gebeurt heel veel op afstand, via bijvoorbeeld gps of vliegtuigjes. Zeehonden in het veld observeren, dat zie je nergens, dat heb ik gedaan.”

Kop opsteken

Zo kwam Van der Eijk erachter dat het een komen en gaan is van zeehonden op droogvallende wadplaten. „Dat was de eerste verrassing. Het beeld is dat ze liggen te pitten en geen moer doen, maar ze zijn voortdurend bezig.”

Het bekende kop opsteken van een zeehond (bedoeld wordt steeds de gewone zeehond) komt veel voor. Het idee is dat een zeehond stress heeft als die met de kop boven water kijkt. „Dan kom je te dichtbij, staat in de Erecode voor Wadliefhebbers”, vertelt Van der Eijk. Hij zou dat zeker niet willen veranderen. „Als zeehonden je zo langdurig aankijken, dan weet je als zeiler dat je te dichtbij komt. Maar de kop-opstekers, dat zijn er vaak maar twee of drie, de rest ligt voor pampus.”

Bovendien werd Van der Eijk geconfronteerd met zeehonden die nieuwsgierig bij hem een kijkje kwamen nemen. Een ervaring die veel wadvaarders delen. Weinig duidde op stress.
„In mijn bijna zeventig waarnemingen, is er niet één waarneming dat de zeehond schrikt of bang is voor een schip. Of het nou een zeilbootje of een motorbootje is”, zegt Van der Eijk, die de Kuipersplaat, de bank bij het Vierhuistergat (beide tussen Ameland en Schiermonnikoog), de Punt van Reide (bij de Dollard) bezocht en webcam-beelden vanaf het Duitse eiland Borkum analyseerde.

Lawaai

Dat zeehonden last lijken te hebben van vrachtschepen met een dreunende motor is wel aangetoond in onderzoek. „Maar ook daar zijn maar een paar proeven mee gedaan, nabij Harlingen.” De zeezoogdieren hebben ook aantoonbaar last van het heien voor bijvoorbeeld nieuwe windparken.
„Zolang het heien aanhoudt, is er geen zeehond, zoogdier of vis te bekennen. Maar zodra het lawaai ophoudt, wordt het effect omgedraaid. We zien steeds meer vis bij windmolenparken en ook al zeehonden die al die parken afgaan.”
Zeehonden zwemmen namelijk 20 tot 60 kilometer de Noordzee op om aan hun voedsel te komen. „Helaas, er zit bijna niks in de Waddenzee, dan kun je daar ook geen vis vangen.”

Doorvaart

Volgens Van der Eijk is er „geen discussie” over het bezoeken van zeehonden die op zandplaten rusten. „Niet doen! Ze hebben net een tocht van dagen jagen gehad, geef ze rust.”
Maar het verbod op doorvaart rond hoogwater langs zeehondenrustgebieden in het werpseizoen, dat kan mogelijk wel herzien worden. De Vereniging Wadvaarders, die de bescherming van de natuur hoog heeft zitten, pleit daar nu in elk geval voor. „Dit geeft aanleiding om doorvaart van zeehondenbeschermingsgebieden rond hoog water toe te staan”, zegt voorzitter Hans Danel. Meer dan achtduizend recreatievaarders op de Waddenzee gaat dit aan. Danel heeft het dan over drie uur vóór en twee uur na hoogwater.

Normaal gedrag?

Jan Willem Zwart, hoofd van de Waddenunit (beheerder op zee, namens het ministerie van LVVN), deelt de mening dat er meer onderzoek nodig is. „Wij zien hetzelfde, wij zien ook zeehonden met ons meezwemmen. De vraag is: is dit normaal gedrag? Is dit wilde-dierengedrag of aangeleerd? Zijn ze misschien gedomesticeerd, speelt de zeehondenopvang een rol?”
Zwart vindt dat de wadvaarders gewoon om de rustgebieden heen kunnen blijven varen. Sec gaat het om een beperkte periode, tussen half mei en ergens begin juli, dat wadvaarders niet door twee gebieden mogen varen. Met name onder Terschelling (de Waardgronden) heeft de recreatievaart die van west naar oost en omgekeerd wil varen hier enige hinder van. „Gewoon even omheen varen, dat is ook vrijheid.”

Niet enthousiast

Ook bij Ecomare zijn ze niet meteen enthousiast over het voorstel van de Wadvaarders. Directeur Marion Barth zegt in de Texelse Courant: „Wat Ecomare betreft zijn we als mens te gast in het gebied. Het is goed dat er delen zijn aangewezen waar het om de natuur gaat en niet om ons. Zoveel mogelijk afstand houden tot de dieren hoort daarbij.”
Barth wijst erop dat een soepeler regeling bijna niet te handhaven is, omdat het niet om alle pleziervaarders zou gaan, maar alleen om de kalme recreatievaart. „Daarmee maak je je het als handhaver wel erg moeilijk.”

Bronnen: een artikel van Goos Bies in de Leeuwarder Courant en een artikel in de Texelse Courant (alleen voor abonnees).
Kopfoto: Robbert van der Eijk