Eeuwenoude scheepswrakken in gevaar door dalend grondwater
Onder de grond van Flevoland liggen tientallen scheepswrakken, eeuwenoud en vol waardevolle informatie over ons verleden. Archeologen slaan alarm: door het dalende grondwaterpeil raken de wrakken ernstig beschadigd.
Normaal blijven de houten resten van de schepen goed bewaard in natte, zuurstofarme grond. Maar klimaatverandering, ontwatering en bodemdaling zorgen ervoor dat het grondwaterpeil structureel te laag is. Hierdoor komt het hout in contact met zuurstof, wat leidt tot aantasting door schimmels en bacteriën.
“De wrakken verpieteren in heel rap tempo”, zegt Yftinus van Popta, maritiem archeoloog en expert op het gebied van de Flevolandse wrakken.
Tijd dringt voor archeologisch onderzoek
Van Popta pleit ervoor om sommige wrakken snel op te graven, voordat ze helemaal vergaan. “Er moet nu wat gebeuren. Als we nu onderzoek doen naar de wrakken, kunnen we er ten minste nog dingen over te weten komen. Als je straks geen hout meer hebt, kun je het ook niet onderzoeken.”
Bij een wrak in Biddinghuizen bleek tijdens boringen dat het hout al zo zacht was geworden dat opgraven geen zin meer heeft. “Als je dit nu gaat opgraven, zie je alleen een soort donkere vlek in de klei”, legt Van Popta uit.
Volgens hem levert het opgraven van wrakken ook unieke informatie op over het dagelijks leven in het verleden. In het wrak de Fiducie werden bijvoorbeeld meer dan driehonderd voorwerpen gevonden, zoals een schortje, bestek, dominostenen en een pijpje. “Het is geen goud, het zijn geen diamanten. Maar het laat wel goed zien hoe het leven aan boord was”, zegt Van Popta.
RCE: opgraven is laatste optie
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is verantwoordelijk voor het beschermen van archeologische vondsten. Maritiem archeoloog Wouter Waldus van de RCE erkent dat de situatie zorgelijk is, maar vindt dat opgraven pas als laatste redmiddel moet worden ingezet. “Opgraven is echt de laatste optie”, zegt Waldus.
Volgens hem zijn er ook andere manieren om de wrakken te beschermen. Bij ongeveer vijfentwintig van de tachtig bekende wrakken in Flevoland is het grondwaterpeil kunstmatig verhoogd, waardoor het hout nat en zuurstofvrij blijft. “Dit blijkt heel goed te werken”, aldus Waldus.
Niet overal bescherming mogelijk
Van Popta wijst erop dat zulke maatregelen niet overal mogelijk zijn. “Het probleem is dat veel wrakken op landbouwkavels liggen en lang niet alle boeren willen meewerken om ze te beschermen.” Zelfs als er wel bereidheid is, gebeurt er vaak alsnog niets. “Bij een ander wrak in Biddinghuizen werd dertig jaar geleden al geconstateerd dat het in zeer slechte staat verkeerde en moest worden opgegraven. Dat is niet gebeurd.”
Waldus erkent dat er nog tientallen wrakken zijn waar geen beschermende maatregelen zijn genomen. Toch blijft hij benadrukken dat behoud in de bodem de voorkeur heeft. “Er komen nog vele generaties archeologen na ons, met betere technieken en methoden dan we nu hebben. Daarom moeten we als archeologische gemeenschap blijven streven naar behoud in de grond.”
Ministerie houdt situatie in de gaten
Demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Eppo Bruins noemt de scheepswrakken van groot belang. Volgens hem worden alle tachtig wrakken in Flevoland gemonitord en wordt er per schip gekeken welke maatregelen nodig zijn. “We kijken per schip wat de beste koers is”, stelt de minister.
Van Popta is kritisch op dat beleid. “Er liggen wrakken totaal uit te drogen, maar niemand doet iets. Ik denk dat als wij niets blijven doen er over tien jaar maar heel weinig resteert.”
Bron: De Erfgoedstem
Foto: Wikimedia Commons


