Schepencarrousel krijgt in Friesland lastig voet aan de grond
Overal in het land bekend, maar nog niet in Friesland. Voor de Schepencarrousel, een stichting voor historische schepen met een verhaal, zijn in Friesland amper ligplaatsen beschikbaar. Alleen Terherne en Heeg staan er open voor.
Pogingen in Leeuwarden en Sneek om tijdelijke ligplaatsen te regelen voor de Schepencarrousel liepen tot nu toe op niets uit, vertelt plaatsvervangend voorzitter en secretaris Iede Nieuwhof vanuit Gouda waar hij met zijn schip Onrust ligt. Ooit had hij de haven in Nijesyl en wist zo de passantenhaven Heegerwâl in Heeg te interesseren voor het project. Ook jachthaven Nerushoek in Terherne doet mee. „Maar dat is particulier. Gemeenten reageren tot nu toe terughoudend.”
De partij Nieuw Sociaal in Súdwest-Fryslân probeerde daar verandering in te brengen door het gemeentebestuur voor te leggen waarom Sneek niet in het rijtje deelnemende havens staat. De aanwezigheid van deze schepen zou in de winter voor meer reuring en leefbaarheid in de stad kunnen zorgen, aldus de partij. Kortgeleden volgde een raadsbesluit dat winterliggen mogelijk maakt, maar dat werd vervolgens weer gefrustreerd omdat de gemeente niet had nagedacht over de afwezigheid van de benodigde voorzieningen als stroom en water.
Spandoek
Het idee achter de Schepencarrousel is dat schepen met een historische achtergrond overal in Nederland tijdelijk aan kunnen leggen en daardoor varend blijven. Een ligplaats in dit kader is voor maximaal drie maanden. Dit kan een ligplaats zijn in een jachthaven, een museumhaven of een binnenvaartplek. ,,Maar niet voor dezelfde tarieven. We krijgen fikse kortingen’’, legt Nieuwhof uit.
De carrousel kent meer dan tweehonderd deelnemers die aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen. De schepen gaan tot 45 meter, maar het belangrijkste is dat er een verhaal achter zit. Het is een verplichting dit verhaal te vertellen middels een spandoek op het schip. „Dat is de hele opzet. Daardoor staan mensen stil bij je boot.” Langer dan drie maanden op dezelfde plek is verboden. Middels een intern reserveringssysteem weten de deelnemers waar plekken beschikbaar zijn.
Statisch museum
Een schip uit de carrousel welkom heten, kan bijvoorbeeld voor een museumhaven afwisseling brengen, geeft Nieuwhof als voorbeeld. ,,Anders blijft zoiets een statisch museum.” Zelf voer hij onlangs door een deel van Nederland waar de havens voor het oprapen liggen. Hij somt op: Wageningen, Doesburg, Nijmegen, Medemblik, Den Helder, Alkmaar, Katwijk, Dordrecht en tot slot Gouda. In deze laatste plaats zijn al jarenlang meerdere ligplekken voor de Schepencarrousel.
Tot de jongste deelnemers behoort een stel dat, zoals zo veel jongvolwassenen, niet aan een woning kon komen en nu woont op het oudste schip uit de vloot, een vaartuig uit 1879. Er zijn ook fietsvakantieboten bij of schepen die varen met grind, maar de meesten zijn bewoonde boten. Nieuwhof vaart en woont zelf op de Onrust, een luxe motorschip van 31 meter lang. ,,Hiermee heb ik mijn droom nagejaagd om op het water te wonen.’’
De terughoudendheid in Friesland is volgens hem terug te voeren op situaties uit het verleden. „In Sneek is het wel eens een rotzooitje geweest met oude schepen. Toen zijn ze een veel rigider beleid gaan voeren. Overheden zijn huiverig dat we te lang blijven liggen, maar wij letten kritisch op die drie maanden.”
Lees het artikel van Maria Del Grosso in de Leeuwarder Courant (alleen voor abonnees)
Foto: Schepencarrousel


