Archeologie, Musea en Behoud

De duikexpeditie naar de Willem Albert Scholten

Op 18 februari houdt Wim Dijkman in het Veenkoloniaal Museum een lezing over de scheepsramp met de W.A.Scholten en daarop volgende duikexpeditie waarbij een deel van de lading, waaronder Maastrichts aardewerk is opgedoken.

Grootondernemer

Willem Albert Scholten (1819-1892) was een groot-industrieel, die in Groningen rijk was geworden in de aardappelzetmeelindustrie. Daarnaast was hij groot-aandeelhouder van de Nederlandsch-Amerikaansche Stoomvaart Maatschappij (NASM), de latere Holland-Amerika Lijn (HAL). Hij investeerde in 1873 een bedrag van 600.000 gulden in de pas opgerichte onderneming en bedong dat een nieuw te bouwen schip naar naar hem vernoemd zou worden.

Scheepsramp

Op de rampdag vertrok de ‘W.A. Scholten’ van Rotterdam, met aan boord 160 passagiers en een bemanning van 55 koppen. Het was goed weer met een kalme zee, maar toen het later op die dag mistig werd, ging het schip bij Dover voor anker. Tegen 11 uur ’s avonds werd het zicht beter; het anker werd opgehaald en langzaam stoomde het schip vooruit. Plotseling dook uit de mist een schip op dat de ‘W.A. Scholten’ recht in de flank ramde. Er waren op dat moment maar weinig passagiers aan dek, de meesten waren in de salon of in hun hutten. Het water stroomde door een gat van acht meter breedte het schip binnen, dat direct zwaar slagzij maakte, waardoor maar twee van de vijf sloepen -overvol- konden worden gestreken. Aan de passagiers werden snel zwemvesten uitgedeeld.

Op de noodseinen met de stoomfluit en de afgestoken vuurpijlen kwam de in de buurt liggende ‘Ebro’ hulp bieden. Dit schip had een deklading hout en zette een deel ervan overboord, waaraan de schipbreukelingen zich konden vastklampen. Voor velen betekende dit helaas toch geen redding; zij stierven in korte tijd van uitputting en kou. Het schip zonk snel, de ramp had zich in een kwartier voltrokken. De ‘Ebro’ bleef nog de hele nacht naar overlevenden zoeken en voer de volgende morgen de haven van Dover binnen om de geredden en een groot aantal lijken aan wal te brengen. In Dover liep ook in de loop van de nacht het stoomschip ‘Rosa Mary’ binnen. Het rapporteerde een ten anker liggend schip te hebben aangevaren. Van de opvarenden verloren 116 passagiers en 16 bemanningsleden, waaronder de gezagvoerder J.H.W. Taat, het leven. Er werden 76 opvarenden gered.

Duikexpeditie

Door duikers van “501 Divers Folkestone” is een deel van de lading waaronder Maastrichts aardewerk opgedoken.Wim Dijkman gaat deze avond in op de duikresultaten en de betekenis voor de geschiedenis van het Maastrichts aardewerk.

De resultaten van verder archiefonderzoek naar de bemanning en passagiers, zoals de praalgraven van W.A. Scholten en van P. Regout en de eenvoudige graven van de schipbreukelingen zullen opgenomen worden in een tentoonstelling die eind 2026 te zien zal zijn in Bureau Europa in Maastricht. Ook is dan de verfilming van een nieuwe duikcampagne te zien.

Archeoloog en cultuurhistoricus

Wim Dijkman is geboren in Heerlen en getogen in Maastricht. In Leuven heeft hij in 1980 een licentiaat oudheidkunde en kunstgeschiedenis gehaald. Hij ging daarna 2 jaar lang als prehistoricus werken bij het Deutsches Bergbau Museum in Bochum. Vanaf 1982 was hij 40 jaar werkzaam als archeoloog en conservator cultureel erfgoed bij de gemeente Maastricht; vanaf 2005 tot zijn pensioen in 2022 als senior conservator bij Centre Céramique. Bij de sectie archeologie van het LGOG is hij 20 jaar lang hoofdredacteur van het blad “Archeologie in Limburg” geweest. Vanaf 2012 kreeg hij ook de verantwoordelijkheid voor de collecties Maastrichts aardewerk. In die hoedanigheid realiseerde hij het “keramisch” samenwerkings-verband tussen Nagasaki en Maastricht, dat liep van 2015 tot 2023. Tegenwoordig is hij nog actief met zijn bedrijf “Dijkman Archeologisch & Cultuurhistorisch Adviesbureau“ (DACA).

Veenkoloniaal Museum

Museumplein 5
9641 AD Veendam
0598 364 224
info@veenkoloniaalmuseum.nl

Bronnen: persbericht Veenkoloniaal Museum; de verhalen van Groningen
Foto: Wikicommons