Scheepsverhalen

Ankerboekje voor angstige ankeraars

Geerhard Bolte, een zeiler die al op veel plaatsen de lappen liet wapperen, houdt van ankeren, maar bespeurt bij veel collega-watersporters schroom. Voor hen schreef hij ‘Het kleine Ankerboek’. 

Het Kleine Ankerboek geeft niet alleen allerlei wetenswaardigheden over ankeren, maar ook een opsomming van vijfentwintig mooie ankerplekken in Nederland. Met een handgetekend kaartje, de coördinaten en een beschrijving van wat die specifieke ankerplek zo aantrekkelijk maakt – in het algemeen, of voor de auteur in het bijzonder.

Het boekje geeft niet alle details over ankeren weer; “…het heet niet voor niets het ‘kleine’ ankerboek,” zegt de schrijver daar zelf over. Zijn belangrijkste doel met het boekje lijkt de lezers te enthousiasmeren over ankeren: niet bang zijn, gewoon doen en je aan een achttal basisregels houden, dan komt alles goed, is het devies.

Doelgroep onduidelijk

Wie die lezers zijn blijft echter wat onduidelijk. Bolte schrijft zowel over ankeren in de Méditerranée en het Caraïbisch gebied als op de Friese meren en de Zeeuwse stromen. Over ankeren op het wad, waar veel ankeraars vragen over zullen hebben, is hij dan weer erg summier. Het boek leunt sterk op Boltes eigen ervaringen, waardoor de keuze voor de informatie die hij doorgeeft of juist achterhoudt soms wat arbitrair lijkt. Wel is duidelijk dat Bolte schrijft voor zeilers; motorbootbezitters geeft hij weinig anekdotisch herkenningsmateriaal, al zullen zij op de aanbevolen ankerplekken ongetwijfeld evenveel plezier kunnen beleven als hun zeilende collega-watersporters.

Grofweg had Bolte de ankerende boten gemakkelijk in drie categorieën kunnen indelen: open zeilboten, zeiljachten en grotere pleziervaartuigen, zoals grotere platbodems en museumschepen. Maar hoewel hij af en toe uitstapjes maakt naar de twee buitencategorieën, schrijft hij voornamelijk voor kajuitjachteigenaren met een boot van minstens tien meter. En hoewel je zou mogen veronderstellen dat zeilers met zo’n kostbaar bezit best al wat weten over de manoeuvres die je ermee kunt uitvoeren, doet hij regelmatig alsof ze van toeten nog blazen weten.

Internet

Zo heeft het boek een hoofdstuk over ankergerei, waarin het voornaamste advies is dat je het juiste ankergerei bij je boot moet kiezen, maar niet wordt vermeld hoe die keuze zou dienen uit te vallen. Terwijl ook de min of meer ervaren jachtzeiler-zonder-veel-ankerervaring daar nou juist behoefte aan zal hebben. Een klein geïllustreerd overzicht van de verschillende types, een tabelletje waarin ankergewicht, bootgewicht en kettingzwaarte naast elkaar staan, wat aanbevelingen over welk ankergerei onder welke omstandigheid nou juist níet aan te bevelen valt: het mist allemaal. Ook jammer is de omissie van het ankergewicht dat langs ketting of lijn afgezonken kan worden.

Bolte noemt in zijn boek een paar maal dat er van alles op Youtube te vinden is, maar zijn boek brengt de meest voor de hand liggende informatie niet bij elkaar in één opslagwerkje, zoals je zou hopen. Ook blijft het vaak bij een oppervlakkige tip, of is de informatie juist heel gespecialiseerd zonder dat de keuzecriteria worden uitgelegd. Het boekje is daardoor wat hap-snap, en onderscheidt zich in die zin niet heel erg van wat er op Internet te vinden is. Zo noemt Bolte drie verschillende staalsoorten voor gegalvaniseerde ankerketting, maar zegt er niet bij voor welk doel elk van die soorten het meest geschikt is. Ook doet hij alsof roest sowieso op een versleten ketting wijst, maar vertelt niet dat hoe en hoever de schakels ingesleten zijn er veel meer toe doet dan de roest zelf.

Droogvallen

De meest uitdagende ankerplekken zijn ongetwijfeld die waar je zowel met wind als met (getijden)stroom te maken hebt. Toch gaat Bolte nauwelijks in op ankeren op het wad. Hij laat zijn lezer het schip, indien het een platbodem of kimkieler is, eenvoudig de plaat op lopen, maar vertelt er niet bij hoe lang voor of na hoogwater je dat het beste kunt doen.  Hij schrijft dat doodlopende geulen voor schepen die niet kunnen droogvallen het handigst, maar schaars zijn, en doet vervolgens geen moeite om de meest voor de hand liggende op het Nederlandse wad even te noemen. En: “Kijk op de kaart, maar kijk ook om je heen. Wat kun je aflezen uit droogvallende platen, ribbels in het zand of stroomnaden?”
Ja, wat kun je daaruit aflezen? Dat vind je niet op de meeste Youtube-video’s, en was nou juist in een boekje als dit welkome informatie geweest. Dat je de zeegaten moet vermijden (hoe ver ervandaan blijven?), dat de lijzijde van een bank meestal te prefereren is boven de loefzijde; het zijn maar simpele adviezen, die voor de aspirantankeraar niettemin veel kunnen uitmaken, maar die in dit ankerboekje ontbreken.

Favoriete ankerplekken

Bijna de helft van het boekje wordt besteed aan het beschrijven van een fijne ankerplek. Daar is steeds een kaartje bij, waarop een ankertje aangeeft waar de schrijver zelf zou gaan liggen – of heeft gelegen. Waarom daar, en niet honderdvijftig meter verderop, wordt niet duidelijk, terwijl dat juist vaak de belangrijkste informatie is. Waarom wel ten zuiden van het Marker Paard en niet ten noorden? Waarom juist daar op de rede van Vlieland (omdat je daar net buiten de geul ligt en toch op diep water én beschut bij de meeste winden, maar dat wordt er niet bij verteld)? Waarom wel pal voor Oudeschild, in de altijd sterke Texelstroom, en niet even verderop, beschut en uit de stroom op de Vlakte van Kerken? Het wordt allemaal niet duidelijk. Wel dat de oorlogsvloot van Alva op het Hoornse Hop lag en dat er bij Pampus scheepskamelen werden ingezet, maar niet waarom je het beste ten noorden van dat laatste eiland kunt liggen, en of het tussen Pampus en de Muider kust ook goed ankeren is. Wel dat je voor Durgerdam prima kunt ankeren, niet dat je daar wat dichter bij de geul erg op moet passen voor het omgewoelde slik en opdrijvende brokken veen, waarin je anker zonder extra voorzorg slecht houdt.

Populair geschreven

Zoals gezegd neemt Bolte zijn eigen ervaring vaak als uitgangspunt. Hij schrijft de anekdotes vlot op, waardoor het boekje gemakkelijk wegleest. Wie echter een naslagwerkje zoekt dat de echt belangrijke informatie overzichtelijk bij elkaar zet, vindt in dit boekje onvoldoende wat hij of zij zoekt. De schrijver noemt zelf een paar (Engelstalige) handboeken waarin echt alles over ankeren te vinden is. Voor wie meer wil weten over ankeren, zijn die beslist een betere keus, vindt ook de schrijver zelf. Maar om de lezer echt warm te maken om veel (meer) te gaan ankeren, zoals zijn doel is, was een iets gerichtere aanpak waarschijnlijk wel effectiever geweest.

Bron: uitgeverij Haystack, Het Kleine Ankerboek, ISBN 9789461267030.