NatuurNieuws

Opwarming Noordzee: ‘Beangstigend en onomkeerbaar’

De opwarming van de Noordzee zal onomkeerbare gevolgen hebben voor dieren. Ieder organisme – van plankton tot walvis – krijgt daarmee te maken. En wij als mensen uiteindelijk ook, waarschuwen deskundigen.

De temperatuur van de Noordzee neemt als gevolg van klimaatverandering steeds verder toe. Deze ontwikkeling heeft niet uitsluitend gevolgen voor de temperatuur van het zeewater, maar kan ook leiden tot ingrijpende veranderingen binnen het volledige mariene ecosysteem. Verschillende organismen, variërend van microscopisch klein plankton tot grote zeedieren, worden hierdoor beïnvloed. Volgens deskundigen kunnen sommige van deze veranderingen bovendien een blijvend karakter krijgen. Daarmee heeft de opwarming van de Noordzee niet alleen ecologische, maar ook maatschappelijke gevolgen.

Een belangrijk direct gevolg van de stijgende watertemperatuur is de afname van de hoeveelheid zuurstof die in zeewater kan worden opgelost. Ecoloog Katja Philippart van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) benadrukt dat dit met name problematisch is voor vissen en schelpdieren. Zoals zij stelt: “Warmer water kan minder zuurstof vasthouden. Schelpdieren en vissen hebben daar last van.” Wanneer de hoeveelheid beschikbare zuurstof afneemt, kunnen bepaalde organismen moeilijker overleven en kunnen hun groei en voortplanting worden belemmerd.

Daarnaast hebben veranderingen op het land invloed op de omstandigheden in de Noordzee. Door toenemende droogte en hogere temperaturen voeren rivieren in de zomer minder zoet water af naar zee. Hierdoor kan het zoutgehalte van het kustwater stijgen, waardoor soorten die gevoelig zijn voor veranderingen in het zoutgehalte extra onder druk komen te staan. Tegelijkertijd neemt de toevoer van voedingsstoffen vanuit rivieren af. Volgens Philippart zijn deze voedingsstoffen van groot belang voor de productiviteit van kustgebieden: “Die zorgen ervoor dat onze kustzeeën zo rijk zijn.”

De vermindering van voedingsstoffen kan gevolgen hebben voor verschillende schakels binnen de voedselketen. Deze stoffen zijn namelijk noodzakelijk voor de groei van algen, die vervolgens worden gegeten door kleine zeedieren. Deze organismen vormen op hun beurt voedsel voor vissen en andere grotere dieren. Wanneer één onderdeel van deze voedselketen verandert, kunnen de gevolgen zich dus door het gehele ecosysteem verspreiden. Philippart beschrijft de combinatie van verschillende factoren daarom als een “beangstigende” ontwikkeling.

Op de Wadden ziet het na hittegolf vaak wit van de dode kokkels

Een concreet voorbeeld van de gevolgen van extreme warmte is zichtbaar bij de kokkel in het Waddengebied. Deze schelpdieren proberen hoge temperaturen te vermijden door zich dieper in de wadbodem terug te trekken. Dit kost echter veel energie, waardoor zij vermageren en verzwakken. Hierdoor vormen zij bovendien een minder voedzame voedselbron voor dieren die van kokkels afhankelijk zijn. Tijdens zeer warme zomers sterven daarnaast grote aantallen kokkels. Dit kan niet alleen gevolgen hebben voor de kokkelpopulatie zelf, maar ook voor de soorten die deze schelpdieren eten.

Plankton als fundament van voedselketen en zuurstofvoorziening

Een bijzonder belangrijke soort binnen het mariene ecosysteem is fytoplankton. Deze microscopisch kleine organismen vormen de basis van een groot deel van de voedselketen in zee. Fytoplankton wordt gegeten door onder andere zoöplankton en kleine zeedieren. Deze dienen vervolgens als voedsel voor kleine vissen, die op hun beurt worden gegeten door grotere vissen en roofdieren. Volgens directeur Frank Zanderink van stichting Rugvin vormt fytoplankton daarmee een essentiële basis van het gehele mariene voedselsysteem: “Fytoplankton is de basis van dit voedselsysteem, tot aan roof- en walvissen.”

Fytoplankton heeft daarnaast een belangrijke functie in de mondiale zuurstofvoorziening. Door fotosynthese nemen deze organismen koolstofdioxide op en produceren zij zuurstof. Zanderink benadrukt het belang hiervan met de uitspraak: “Fytoplankton zorgt letterlijk voor de lucht die we inademen.” Een verslechtering van de leefomstandigheden voor fytoplankton kan daarom verstrekkende gevolgen hebben. Wanneer deze organismen in aantal afnemen of hun verspreidingsgebied verandert, kan dit uiteindelijk doorwerken naar hogere niveaus van de voedselketen.

De opwarming van de Noordzee beïnvloedt daarnaast de geografische verspreiding van verschillende soorten. Organismen die afhankelijk zijn van koud water kunnen proberen naar noordelijkere gebieden te migreren. Soorten die deze mogelijkheid niet hebben, lopen een groter risico om lokaal uit te sterven. Tegelijkertijd kunnen warmteminnende en uitheemse soorten zich in de Noordzee vestigen. De internationale scheepvaart kan dit proces versterken. Via het ballastwater van schepen kunnen organismen vanuit andere delen van de wereld in Nederlandse wateren terechtkomen. Waar deze soorten vroeger mogelijk niet konden overleven vanwege de lage watertemperatuur, kunnen de huidige omstandigheden daarvoor gunstiger zijn.

Aziatische oorkwal vestigde zich door warmer zeewater

Een voorbeeld hiervan is de Aziatische oorkwal. Deze soort komt oorspronkelijk voor in de kustgebieden rond Japan, maar kan tegenwoordig ook in Nederlandse kustwateren overleven. Ook grotere dieren kunnen profiteren van veranderende omstandigheden. Door het verdwijnen van zee-ijs in het noordpoolgebied ontstaan nieuwe migratieroutes, waardoor soorten zoals de grijze walvis opnieuw toegang krijgen tot gebieden waar zij eeuwenlang niet voorkwamen.

De veranderingen in het mariene ecosysteem hebben uiteindelijk ook gevolgen voor de mens. De opwarming van zeewater draagt bij aan zeespiegelstijging, omdat warmer water uitzet. Daarnaast leidt klimaatverandering tot het versneld smelten van landijs, wat de zeespiegelstijging verder versterkt. Volgens Philippart is het onzeker in hoeverre Nederland zich hiertegen blijvend kan beschermen: “Je kunt de dijken niet eindeloos blijven verhogen.” Ook de voedselvoorziening kan onder druk komen te staan wanneer veranderingen in voedselketens leiden tot een afname of verschuiving van vispopulaties.

Ontwikkeling onvoorspelbaar

De opwarming van de Noordzee moet daarom worden beschouwd als een ontwikkeling die veel verder gaat dan een eenvoudige stijging van de watertemperatuur. Verschillende factoren, zoals zuurstoftekort, verzilting, veranderende voedselketens en de verschuiving van soorten, beïnvloeden elkaar. Hierdoor kan een fundamentele verandering van het gehele ecosysteem ontstaan. De exacte gevolgen zijn echter moeilijk te voorspellen. Zanderink vat deze onzekerheid samen met de constatering: “We krijgen een nieuwe wereld die we niet eerder hebben gezien.” Juist deze onvoorspelbaarheid vormt een belangrijke uitdaging voor zowel wetenschappers als beleidsmakers. Het nauwlettend volgen van de ontwikkelingen in de Noordzee en het beperken van verdere opwarming zijn daarom van groot belang.

Bron: Nu.nl