Scheepsverhalen

Hoe bijgelovig waren zelfs gelovige vissers?

De Britse kloosterling Peter F. Anson (1889-1975) beschreef een eeuw geleden het bijgeloof onder de vaak gelovige vissers van de Noordzee en het Kanaal. Wat bracht geluk of ongeluk? Dat verschilde nogal per haven.

Er zullen ook tegenwoordig nog wel eens stiekem pogingen worden gedaan geluk op het water af te dwingen met merkwaardige hebbelijkheden. Maar meestal hebben de nuchtere gegevens van de satellietnavigatie of de weerberichten het allang gewonnen. En dan is er nog de secularisatie: Net zo snel als het geloof van boord verdween is het bijgeloof uit de scheepvaart verdwenen.

Maandag geen rode kool

De laatste restjes bijgeloof tref je misschien nog op viskotters uit Tholen of Urk, waar de bijbel nog wel degelijk opgeslagen wordt. In de krant Urkerland beschreef een gelovige visserman in 2006 dat de kok een onvergeeflijke fout maakte wanneer hij op zee rode kool klaarmaakte op een maandag. Die dag gooit de schipper dat dan hoogstpersoonlijk over de reling. Een ander verbod op de Urker kotter is dat nooit de kuil van het sleepnet mag worden dichtgeknoopt terwijl het schip nog aan het stomen is.

Tot in het midden van vorige eeuw ging het bijgeloof in christelijke vissershavens langs de Schotse, Engelse, Vlaamse en Franse kust veel verder. In de eerste plaats om de zee tot bedaren te brengen en ten tweede om met zo weinig mogelijk moeite zoveel mogelijk vis binnen te halen. Dat ingewikkelde systeem van bijgeloof, beschreef  de Benedictijn Peter Anson in 1932 in zijn boek Fisher Folk-Lore.

Met de boeg vooruit te water

Zulke eigenaardige gewoontes begonnen al bij de bouw van de schepen. De Schotten meenden dat de kiel altijd op vrijdag moest worden gelegd. Na de tewaterlating diende het vaartuig met de zon mee te worden gedraaid. Met de boeg vooruit het water in was ook een vereiste. En nooit  ballast in een nieuw schip gebruiken dat afkomstig was van een oud.

In het Franse Boulogne was het algemeen gebruik dat de priester na een tewaterlating het schip begon te zegenen, maar wel nadrukkelijk van voor naar achter. In Franse havens en vooral in Bretagne was het trouwens onmogelijk een bemanning te vinden voor een schip dat niet was gezegend. Reders hielden daar rekening mee.

Kleermakers zijn eng

En hoe om te gaan met bemanningsleden die op punt van vertrek stonden? Het beste was maar tegen ze te zwijgen. Peter Anson schrijft: “In veel landen, Bretagne en Schotland inbegrepen, is het niet geraden een visserman te vragen waarheen hij gaat, als men hem ontmoet op weg naar zijn schip. Het stellen van de vraag alleen is al genoeg om hem te dwingen het overige gedeelte van de dag aan wal te blijven. In Bretagne wordt het als nog veel erger beschouwd als het een vrouw is, die de vraag stelt.”

De Engelsman Peter Frederick Anson was een non-fictieschrijver over religieuze zaken en architectonische en maritieme onderwerpen. Hij was anglicaans-benedictijner monnik, voordat hij zich bekeerde tot de rooms-katholieke kerk. Hij werd geboren in Southsea bij Portsmouth en verhuisde later naar het Schotse Macduff, waar hij betrokken was bij het Schotse nationalisme.
Zijn boeken over visserij werden in het Nederlandse vertaald door H.de Booy, in het boek ‘De Visscherman en zijn werk’. Daarin voegde oud-zeeofficier De Booy een eigen hoofdstuk toe over visserijmethoden op de Noordzee en de botters op Zuiderzee.

Vissers in de oude tijd waren blijkbaar bij hun vertrek nogal lichtgeraakt. Van Zweden tot aan Franse kust mocht je ze geen ‘goede vangst’ wensen. En ook niet te lang naar Bretonse vissers staren. Veel vissers kwamen onderweg naar de vertrekhaven ook liever bepaalde mensen niet tegen. Peter Anson: “De Bretonse visserman heeft een eigenaardige vrees voor kleermakers, terwijl de Schotse en die van de Provence en de Faeröer eilanden in het bijzonder bevreesd zijn voor priesters en bedienaars van de godsdienst.” Iemand met rood haar? De visser uit Aberdeen kwam die op weg naar zijn schip liever niet tegen. Maar op de Hebriden werd rood haar dan weer niet met zoveel afkeer bekeken.

Verboden woorden

Veel bekender is de afkeer van katten in visserskringen, dat ook in Nederland lang stand bleef houden. Een kat aan boord bracht zeker tegenslag, maar ook op de kades was het al mis. Op Shetland vond men het een slecht voorteken als een kat voor een visserman uitliep. Maar als die de weg overstak gold het omgekeerde.

Meer nog dan katten werden hazen, vossen en konijnen verafschuwd. “En laten we varkens niet vergeten”, schrijft Anson. Over vierpotige dieren kon aan dek beter helemaal niet worden gesproken. Vreemd genoeg waren op Schotse drifters ook de woorden ‘zalm’ en ‘forel’ taboe. ‘Dominee’ en ‘kerk’? Ook liever niet zeggen in verband met de komende vangst.

Het vrouwtje van de baai

Gegoochel met geluksmunten was overal aan de Britse en continentale kusten een gebruik. In veel vissersdorpen aan de oostkust van Schotland had de bruidegom de gewoonte een zilveren munt in zijn laars te stoppen als voorbehoedsel tegen ongeluk. Ook de meest godvruchtige schippers van Nederlandse schepen gooiden na een bezoek aan Lerwick op Shetland ter hoogte van een rots die ‘het vrouwtje van de baai’  werd genoemd steevast een muntje in zee.

Fluiten aan boord werd (en wordt) de vissers wereldwijd beschouwd als ongelukbrengend. Waarom wordt duidelijk in het Nederlandse gezegde ‘Fluiten geeft veel wind’. Op IJsland hadden ze in de vorige eeuw zelfs een afkeer van zingen op dek.

In 1977 verscheen in Nederland het boekje ‘Fluiten geeft veel wind’, van Gep Frederiks, die daarin allerlei oudhollandse scheepstypen afbeeldt, steeds vergezeld van een oud schippersrijm of -gezegde.

Wat ontdekte Peter Anson nog meer tijdens zijn vele bezoeken aan de havens en op visserijschepen rond de Noordzee? Dat zelfs tafelgewoonten, ook thuis, soms afwijkend waren. Want je kunt een vis op een gelukkige of een ongelukkige manier eten, legt hij uit. In bijvoorbeeld Cornwall is het niet goed om met de kop te beginnen. Je moet vis altijd vanaf de staart eten. Of het echt geluk brengt blijft de vraag, maar waarom zou je het, voor de zekerheid, niet doen?

Bron: eigen nieuws.
Beeld: Pixabay