Zoutwinning Waddenzee gaat mogelijk toch door
Het kabinet heeft besloten om zoutwinningsbedrijf Frisia een voorlopige vergunning te verlenen voor zoutwinning onder de Waddenzee tot 2052. Voorwaarde is wel dat de bodem niet sneller zakt dan de natuur zelf kan herstellen.
Er is afgesproken dat nieuwe mijnbouw vanaf 2035 niet meer mag in de Waddenzee omdat het een beschermd natuurgebied is. Die motie werd aangenomen in 2024, maar het verzoek om extra zout te mogen winnen was net daarvoor ingediend door het mijnbedrijf.
Tjeerd de Groot, oud-Kamerlid van D66 en initiatiefnemer van de motie, is niet te spreken over die aanvraag van Frisia. Hij vertelt dat die vlak voor middernacht is ingediend, voordat de motie werd aangenomen.
Kritiek
Meerdere gemeenten, natuurorganisaties en de provincie Fryslân hebben hun verzet tegen het plan. Natuurorganisaties zijn bang dat de bodem in het gebied waar extra gewonnen zal worden, de Ballastplaat, tot 1,60 meter extra zakt. Daardoor komt er veel zeebodem onder water te staan waar miljoenen vogels nu gebruik van maken volgens Frank Petersen van de Waddenvereniging.
Bart Hendriks, directeur van Frisia, zegt dat de natuurorganisaties zich geen zorgen hoeven te maken. Hij legt uit dat er een zogenaamde gebruiksruimte is. De zee slibt sneller dicht dan de zeespiegel stijgt. “Die ruimte die de natuur ons gunt gebruiken wij voor onze activiteiten. Zolang we binnen die ruimte blijven kunnen we onze activiteiten veilig ondernemen.” Wanneer die ruimte in de knel komt, zal het bedrijf ook meteen stoppen met zoutwinning, geeft hij aan.
Gedeputeerde Friso Douwstra erkent dat er zoutwinning nodig is, maar hij benadrukt dat dit niet gewonnen moet worden in de buurt van Harlingen en de zeedijk vanwege aanpassingsgevaar, de zogenaamde schakom waarbij het aardoeierflak langzaamaan zakt door bodemwinning. “Nu zullen ze boren waardoor de schakom onder de zeedijk kan komen. Dat houdt in dat de zeedijk en ook de stad Harlingen echt meteen schade ondervindt. Dat moet gewoon niet.”
Toch geeft het Staatstoezicht op de Mijnen, dat toezicht op de veiligheid bij mijnbouw, aan dat de winning wel veilig kan.
Geen spelletjes spelen
De gedeputeerde is sceptisch, omdat er eerder adviezen waren om het niet te doen. De provincie wil het risico op schade aan de weg en de stad niet lopen. “Daar wil je geen spelletjes mee spelen.”
Volgens de directeur van Frisia is dat risico er niet. Hij legt uit dat er inderdaad bodemdaling optreedt, maar dat dit bij de dijk beperkt zal blijven tot zo’n twee tot drie centimeter. “Die dijk wordt sowieso de komende jaren opgehoogd, dus dat betekent dat Wetterskip de dijk twee centimeter hoger zal moeten maken dan ze in eerste instantie gepland hadden. En dat kunnen ze prima.” Hendriks geeft aan dat zijn bedrijf de extra kosten die dat met zich meebrengt voor rekening wil nemen.
Het besluit van het kabinet is nog niet definitief, er kan nog bezwaar ingediend worden. Net als bijvoorbeeld De Waddenvereniging sluit de provincie juridische stappen tegen het besluit niet uit. “Continu voor het hekje kijken bij de Raad van State moet niet altijd de bedoeling zijn, maar als wij zeker weten dat we daar echt een zaak in hebben, dan zullen we dat zeker niet schuwen.”
De directeur van Frisia maakt zich geen zorgen om de bezwaren. Hij benadrukt dat er een wet is waar iedereen zich aan moet houden en dat alle gespecialiseerde instanties die moeten toezien op de veiligheid en haalbaarheid ook akkoord zijn. “Dan wordt het voor een rechter heel lastig om te zeggen: ‘Ik denk er heel anders over’.”
Bron: Lees het artikel van Dennis Terpstra op Omrop Frylân
Foto: Waddenvereniging


