Nieuws

Hoe de Waddentop in Esbjerg uitmondde in een deceptie

Nederlanders, Duitsers en Denen verzamelden zich in Esbjerg om voor de komende vier jaar afspraken te maken over bescherming van de Waddenzee. De regeringsconferentie liep uit op een deceptie. De Leeuwarder Courant doet verslag.

„Te zwak, te lief.”

Dat zeggen Tjeerd de Groot, directeur van de Waddenvereniging en Jorien Bakker, Waddenambassadeur van Natuurmonumenten, donderdagochtend over de rondgaande concept-intentieverklaring voor de bescherming van de Waddenzee.

De natuurorganisaties uit de drie Waddenzeelanden zouden graag drie punten toevoegen: minder bodemberoerende visserij, geen mijnbouw en het doordachter leggen van stroomkabels. „Rust op de zeebodem, daar komt het op neer”, zegt De Groot. „Over de Waddenzee moeten we gewoon kunnen blijven varen, dat is erg belangrijk voor de bewoners.”

Maar aan de verklaring die op de zogenaamde trilaterale regeringsconferentie klaarligt voor de samenwerking tussen Nederland, Duitsland en Denemarken zal niks veranderen. De ministers van de drie landen hebben op het laatste moment afgezegd. De Denen zitten midden in een kabinetsformatie en de demissionaire minister voelt zich niet bevoegd om te tekenen. Dus komt er geen regeringsverklaring over de invulling van de uit 1987 stammende samenwerking.

Paar Denen

Aan de locatie ligt het niet. Het Musikhuset, de schouwburg, is met afstand het sfeervolste gebouw in Esbjerg. Arno Brok is hevig teleurgesteld en zichtbaar verontwaardigd dat de ministers wegblijven, maar de commissaris van de Koning probeert het beste ervan te maken. Ten overstaan van tientallen mensen met zeggenschap in het Waddengebied probeert hij tenminste het gesprek op gang te brengen.

„De kracht van trilaterale samenwerking ligt niet in de uniformiteit, maar in het vermogen om van elkaar te leren en gezamenlijk verder te komen. Vandaag kunnen wij de basis leggen. Om te beginnen door elkaar beter te leren kennen”, zegt hij als voorzitter van het Omgevingsberaad Waddengebied. In het Engels, want er zijn Duitsers bij, en een paar Denen. Maar het grootste deel van zijn toehoorders is Nederlands.

„Ik zat in een zaal waar acht van de tien mensen uit Nederland kwamen”, zegt Mees Beerda (23), een Leeuwarder die lid is van het Jongerenberaad. „Het schijnt dat de Wadden in Nederland meer leven, omdat er meer mensen op de eilanden wonen. Bij ons is het echt een leefgebied.”

Ook de Deense pers blijft weg. „Ze zouden wel komen, maar niet meer nu de minister heeft afgezegd”, zegt Annika Borstelmann van het Common Wadden Sea Secretariat. Het programma is daags voor de conferentie drastisch omgegooid. Inhoudelijk gebeurt er bijna niks meer. Een deceptie, luidt het oordeel in de coulissen

Klein stukje kust

Leeft de Waddenzee dan niet in Denemarken? Zeker wel, het unieke getijdengebied is heel belangrijk, zegt een ambtenaar van de gemeente Esbjerg. Maar ze geeft toe dat er relatief maar een heel klein stukje Deense kust grenst aan de Waddenzee. Zo’n 50 kilometer. „En Denemarken heeft meer dan 7000 kilometer kust.”

200 meter verderop geniet Berit Christensen (71) op het centrale plein van Esbjerg van het zonnetje. Dat er om de hoek een waddenzeeconferentie is, wist ze niet. „Maar de bescherming van de Waddenzee is heel belangrijk”, reageert de Esbjergse beslist. „Voor onze kinderen en de volgende generatie.”

Ja, beaamt Christensen. Denemarken is omringd door heel veel zee. Maar de Waddenzee is speciaal. Geregeld bezoekt ze een Deens of soms ook een Duits Waddeneiland. „We gaan vaak naar Fanø. Het is acht minuten met de boot.”

Robuuste havenstad

Esbjerg straalt bovenal een robuuste havenstad uit. De stad met zo’n 75.000 inwoners is dan ook de grootste havenstad van Denemarken. De haven werd eind negentiende eeuw aanvankelijk gebouwd voor de export van vee naar Engeland, maar al gauw groeide die uit tot een visserijhaven die tot 700 vissersboten herbergde. Daar is bijna niks meer van over. Vandaag de dag overheerst de offshore: olie, gas en wind domineren de industrie. Er hangt geen frisse, zilte zeelucht, maar een geur die het meest doet denken aan vismeel.

De rondleiding langs de havens, voor bestuurders, stemt Gedeputeerde Matthijs de Vries niet vrolijk. Blijer wordt hij van de gezamenlijke visie om te werken aan duurzame Waddenzeehavens.

Plastic

In het Musikhuset verbaast De Vries zich over het gebrek aan samenwerking tussen de Waddenzeelanden. Hij heeft een sessie bijgewoond van KIMO, een netwerk van gemeenten die werken aan een schone zee. Over minder plastic in de Waddenzee. „Als ik dan toch een kritische noot mag plaatsen: waarom doen we nu weer allemaal ons eigen ding? Wij hebben al Het Wad Gaat Om . ”

In één adem ziet hij vervolgens de mogelijkheden. „Zij richten zich vooral op de herkomst van plastic. Ze vinden bijvoorbeeld veel blauwe handschoenen. Die blijken van vissers op kotters, kennelijk willen ze niet dat hun handen ruiken. Maar vissen zien die soms aan voor blauwe kwallen”, vertelt De Vries. Het Wad Gaat Om gaat meer over het opruimen en recyclen van plastic, vervolgt hij. „En zij willen het dus bij de bron aanpakken. Laten we dit samenvoegen, dat wil ik wel oppakken.”

Schrik over kabels

Jorien Bakker van Natuurmonumenten komt ondertussen verschrikt uit een sessie over de stroomkabels die in de Waddenzee moeten worden aangelegd naar de vele nieuwe windparken die er in de Noordzee gepland staan. „Het is nog erger dan ik dacht”, zegt ze na het verhaal van een vertegenwoordiger van de deelstaat Niedersachsen. „Van Den Helder tot Denemarken moet er de komende dertig jaar wel 25 keer een nieuwe kabel door het wad.”

Maar ook Bakker ziet meteen lichtpuntjes. Op de getoonde plaatjes ziet ze kabels lopen door de Eems, de Weser en de Elbe. „Huh? En tegen ons is altijd gezegd dat Duitsland niet wil meewerken aan een kabel door de Eems vanwege verstoring van de scheepvaart.”

Schiermonnikoog

Dit klinkt Schiermonnikoogs wethouder Ilja Zonneveld als muziek in de oren. Zou er dan toch geen kabel dwars door Schiermonnikoog gelegd te hoeven worden? „Waarom kan dit niet samen?”

Zonneveld ziet meer kansen. Ze zou graag samen met Lauwersoog over vier jaar de volgende waddenconferentie organiseren. Tenslotte is de trilaterale samenwerking ooit begonnen op Schiermonnikoog, zegt ze. „Dan kan dat mooi afwisselend in het Wereld Erfgoed Centrum in Lauwersoog en buiten bij ons. Want dat missen we hier, buiten hoort toch bij het Waddengebied?”

Zoutwinning

Misschien lukt het Nederland dan wel de samenwerking een stap verder te brengen.

Tjeerd de Groot is misnoegd dat uitgerekend op de dag dat natuurminister Jaimi van Essen verstek laat gaan een ander ministerie van zins is de aangevraagde vergunning te verlenen voor nieuwe zoutwinning onder de Waddenzee bij Harlingen. Een vergunning die in 2024 is aangevraagd door het moederbedrijf van Frisia Zout, kort voordat het kabinet nieuwe mijnbouw onder de Waddenzee verbood. „Daar hebben ze wel tijd voor”, bromt de directeur van de Waddenvereniging.

Laat welkom

In de grote theaterzaal heet burgemeester Jesper Frost Rasmussen alle politici, academici en andere belanghebbenden in het Waddengebied tegen het eind van de middag nog welkom. Dat doet surrealistisch aan: de qua programmering chaotisch verlopen conferentie zit er dan al bijna op. Nieuwe afspraken zijn er niet gemaakt.

In besloten setting doet Brok nog wel een manmoedige poging de kwijnende samenwerking weer op te pakken. „We hebben maar één keer in de vier jaar de mogelijkheid goede afspraken te maken. Laten we die kans pakken.”

Het artikel werd geschreven door Goos Bies in de Leeuwarder Courant (alleen voor abonnees)
Foto: Waddenacademie