Volendammer kwak weer terug in het water
Bij de Botterwerf in Volendam zweeft een grote botter met behulp van een kraanwerker langzaam richting het water. Het is de VD241, die het afgelopen half jaar aan wal helemaal is opgeknapt.
Er wordt geen fles champagne tegen de boot kapotgeslagen, zoals bij een traditionele scheepsdoop wordt gedaan. Carlo de Boer, voorzitter van de vereniging: „Nee, dat doe je alleen bij een nieuwe boot. Anders brengt het ongeluk. Bovendien zou zo’n fles de boot kunnen beschadigen.’’
Hoewel de tewaterlating ontspannen verloopt, trekt het zeker enige aandacht. Zo is ook Rick Beukers, de burgemeester van Edam-Volendam, aanwezig om dit moment te aanschouwen. Hij is beschermheer van de Vereniging Behoud de Volendammer Botters. „Ik kom uit Spakenburg en ben opgegroeid met botters. En mijn voorganger was beschermheer van deze vereniging, dus leek het me logisch die rol over te nemen nu ik hier burgemeester ben. Deze boten zijn bovendien varend erfgoed. Ooit had je er hier honderden, nu nog maar een paar.’’
Alle boten lekken
Aan boord lijkt het nog een zooitje. Tal van planken liggen her en der en de bodem ligt open. Daar blijkt echter een plan achter te zitten, legt De Boer uit. „Het is niet de vraag of een boot lekt als we die in het water zetten. De vraag is alleen waar en hoe erg hij lekt.’’ Daarom is de bodem opengelegd, zodat de lekkages en de ernst ervan makkelijk kunnen worden opgemerkt. Inderdaad is er al gelijk water zichtbaar. Geen reden tot paniek, want ’eigenlijk lekt elke boot wel’. „Daarom is er een waterpomp aan boord.’’
In dit geval is de lekkage bovendien waarschijnlijk van tijdelijke aard. Een boot die zes maanden aan wal is geweest, heeft wat tijd nodig. „Het hout moet weer uitzetten nadat het nat is geworden. Dan is het meestal ook gelijk klaar met het lekken.’’
’Kennie fout gaan’
De sfeer is bedaard. Hier en daar maakt iemand een foto of filmpje. Hans Harmsen, vrijwilliger voor de vereniging, zit in de werkloods zelfs rustig op een tafeltje met een bak koffie in zijn ene hand en een gevulde koek in de andere. „Ik heb dit al zo vaak zien gebeuren. Zeker tussen de twintig en dertig keer. Kennie fout gaan.’’
Hans omschrijft zijn werkzaamheden als ’ik doe van alles’. Hij is één van de tachtig vrijwilligers die hun vrije tijd en kunde ter beschikking stelden om deze botter op te knappen. Van die tachtig is er een vaste groep van zo’n twintig man die heel vaak aanwezig zijn. „Hier ontstaan vriendschappen. Zeker bij de leden van de vaste ploeg. ’De gouwe ploeg’.’’
De Boer staat nog steeds aan de kade. „We hebben hier heel hard aan gewerkt. We doen dit elk jaar, maar het blijft altijd maatwerk. Een boot terug in het water laten is door dat harde werk altijd weer een mijlpaal.’’
Hun inspanningen komen niet alleen voort uit hun liefde voor de botter. „We willen met behulp van deze boten zorgen dat er een stukje historisch besef aanwezig blijft bij de jongere generaties. Volendam heeft veel te danken aan deze botters. Mede dankzij deze boten is Volendam ontstaan en gegroeid.’’
Vlag
De lekkage is onder controle. Er moet nog een ding gebeuren: de mast moet op de boot worden gehesen. Liefdevol houdt De Boer de vlag in de top van de mast vast voordat deze de lucht in gaat. Maar als het ding op de boot is geplaatst, blijkt diezelfde vlag helaas toch aan de kraan te zijn blijven hangen.
„Dat risico hou je altijd. We maken wel een nieuwe vlag.’’ Komend najaar is de VD 84 het project van de vereniging. Misschien alvast een reservevlag maken? Ach, beter een boot zonder vlag, dan een vlag zonder boot.
Bron: een artikel van Frenck Klein Arfman inhet NHD (alleen voor abonnees).
Beeld: Facebook


