Scheepsverhalen

Zeeschip Algenib liep brandend Delfzijl binnen

Brandend een haven binnenlopen. Dat lijkt nu ondenkbaar, maar 63 jaar geleden was dat precies wat kapitein Jansen van de bijna 138 meter lange Algenib deed.

De Algenib was een schip van Stoomvaartmaatschappij Van Nievelt Goudriaan & Co. te Rotterdam. Het was een schip dat voer op de Hamburg-Chicago-Lijn. In 1963 was er blijkbaar nog voldoende vracht op die route te vervoeren om daar een aparte scheepvaartlijn voor in de vaart te houden: van Hamburg door het Kanaal naar Newfoundland en dan via de grote meren naar Chicago: een reis van zo’n 4700 zeemijl.

De in 1937 bij de Deutsche Werft in Hamburg gebouwde Algenib was een dag eerder met 2750 ton ijzer uit Antwerpen vertrokken en was op 25 augustus 1963 onderweg naar Hamburg en Bremen om bij te laden.

Ten noorden van Schiermonnikoog ontplofte een acetyleenfles, waarna er brand uitbrak. De Algenib zocht daarna haar toevlucht in Delfzijl, waar de brand kon worden bedwongen. Het vuur richtte vooral in het middenschip aan stuurboordzijde grote schade aan: een aantal hutten, de proviandruimte en een van de messrooms brandden totaal uit.

Volgens de pers mocht het een wonder heten dat er zich geen persoonlijke ongelukken hadden voorgedaan. De steekvlam die op de ontploffing volgde schoot namelijk door de dienstgang de messroom in, waar op dat ogenblik niemand aanwezig was. Kort daarvoor hadden de bemanningsleden koffie zitten drinken. Kapitein A.H.M. Jansen uit Rotterdam was in zijn hut toen omstreeks 11 uur de explosie zich voordeed. Zijn eerste zorg was het welzijn van zijn bemanning. Onmiddellijk werd er sloepenrol gehouden, waarna bleek dat er geen gewonden waren.

Schuimblussers

Terwijl de bemanningsleden met schuimblussers en vijf slangen het bluswerk ter hand namen, vroeg de kapitein via Scheveningen Radio assistentie. Hulp was temeer nodig omdat men de vuurhaard niet kon naderen. De kapitein besloot van de voorgenomen route af te wijken en naar Delfzijl te koersen.

De geëxplodeerde gasfles stond op de vaste plek bij de ingang van de proviandruimte. ‘Een ontzettende steekvlam sloeg tegen de trap op en schoot toen door de dienstgang. De messroom was plotseling een en al vuur’, vertelde de kapitein later. Tot opluchting van de bemanning werd de machinekamer, waar de proviandruimte als het ware was ingebouwd, niet door het vuur bereikt. ‘De machine bleef gelukkig draaien’, aldus de eerste stuurman.

Bijzonder te spreken was men over de medewerking van de Nederlandse loodsboot voor de Eems. ‘De boot ging zelfs van station af om naar ons toe te komen.’ Stuurman Kuiper van de loodsboot werd later op de Algenib overgezet.

Hulptroepen

Vanuit Delfzijl waren inmiddels de sleep-/blusboten Waterman en Waterpoort van Rederij Wagenborg uitgevaren. Omstreeks half drie kwamen de beide sleepboten in de nabijheid van de brandende Algenib.

Hoewel alles al gereed lag om met blussen te beginnen, gingen beide boten toch niet langszij van het vrachtschip. Men wilde, door volle kracht door te varen, proberen zo spoedig mogelijk Delfzijl te bereiken. Kort na de ‘ontmoeting’, die op zo’n acht mijl ten zuidoosten van het Duitse waddeneiland Borkum plaatshad, kwam echter toch het verzoek om te gaan blussen.

Terwijl de Algenib snelheid minderde, kwamen de beide slepers langszij. Snel werden de slangen omhoog gebracht langs de zij van het hoog boven de sleepboten uitstekende vrachtschip. Even duurde het, maar toen begon het water en schuim door de slangen te spuiten. Al na een kwartier werd echter duidelijk dat groter materieel nodig was.

De sleepboten staakten hun bluswerk en met volle kracht gingen ze weer richting Delfzijl waar de brandweer intussen was gealarmeerd. Voor het grootste deel ging alles nog op eigen kracht.

Delfzijl loopt uit

Honderden mensen waren er in Delfzijl getuige van hoe tegen vijf uur in de middag het konvooi binnenkwam. De lokale brandweer zette groot materieel in. De stuurboordzijde van de Algenib werd op een gegeven moment zo heet, dat de verflagen als afgescheurde vellen behang tegen het schip hingen. Vrijwel tot op het laatst vreesde men voor explosies, omdat er nog meer acethyleenflessen in het schip lagen. Maar de brandweer van Delfzijl slaagde zonder verdere escalatie in zijn opdracht en kon uiteindelijk het sein brandmeester geven. De 36-koppige bemanning werd die avond ondergebracht in het zeemanshuis en enkele hotels in Delfzijl ondergebracht.

Bron: een artikel van Henk Zuur in de Schuttevaer (alleen voor abonnees).
Beeld: Fotocollectie Henk Zuur.